Verkrotting

Gemeente ›› Financiën ››
Parent Previous Next

Belastingreglement op verkrotting

Hoofdstuk 1: algemene begrippen.

Artikel 1:

De volgende begrippen worden gebruikt:

1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met het heffen van een gemeentelijke belasting op verkrotting. De personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

2. Inventarisatiedatum: de datum waarop de woning in de Gewestelijke inventaris ongeschiktheid/onbewoonbaarheid werd opgenomen. Op basis van artikel 27 van het decreet van 22 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 geldt het besluit burgemeester, genomen op basis van de Vlaamse Wooncode, als registratie-attest, waardoor woningen, waarop een besluit burgemeester genomen op basis van de Vlaamse Wooncode, in de Gewestelijke inventaris opgenomen worden op datum van het besluit burgemeester;

3. Gewestelijke Inventaris: inventaris, zoals vermeld in het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 – en latere wijzigingen - opgemaakt door de Vlaamse overheid overeenkomstig de bepalingen die door de Vlaamse regering worden vastgesteld;

4. Renovatieschema: een nota die bestaat uit:

5. Woning: een onroerend goed of een deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande;

6. Gemeentelijke verkrottingscommissie: een commissie, bestaande uit drie ambtenaren die oordelen over het administratief verzoek tot vrijstelling.

7. Toeristische zone:

8. Toeristische bouwstop: verbod om vanaf 1 juli tot en met 31 augustus bouwwerken (afbraak, oprichting, herbouw en verbouwen) uit te voeren in de toeristische zone, cfr de stedenbouwkundige verordening inzake het uitvoeren van werken in de toeristische zone, door de gemeenteraad goedgekeurd in zitting van 04/04/2019.


Artikel 2:

Er wordt, voor de aanslagjaren 2019-2025, een jaarlijkse gemeentelijke heffing gevestigd op woningen die voorkomen op de Gewestelijke inventaris, zoals bedoeld in artikel 1.3.

Hoofdstuk 2: belastingplichtige

Artikel 3:

§1. Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een woning op het ogenblik van de opname van de in artikel 4 bedoelde inventaris:

§2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan, voorafgaandelijk aan het verlijden van de akte, in kennis stellen dat het goed is opgenomen in de Gewestelijke inventaris, zoals vermeld in art. 4. Tevens dient hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte te bezorgen aan de gemeente, binnen de twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie omvat minstens volgende gegevens:

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Hoofdstuk 3: Gewestelijke inventaris

Art. 4: inventarisatie.

De inventarisatie van een woning gebeurt door de Vlaamse administratie, conform de bepalingen van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 – en latere wijzigingen, onderafdeling 3. Van zodra een woning 3 maanden opgenomen is in de Gewestelijke inventaris (=VIVOO), is de houder van het zakelijk recht, behoudens vrijstelling, jaarlijks heffingsplichtig ten aanzien van het gemeentebestuur.

Art. 5: kennisgeving gemeentebestuur.

§1. De houder van het zakelijk recht wordt door het gemeentebestuur via aangetekend schrijven op de hoogte gebracht dat hij heffingsplichtig is ten aanzien van het gemeentebestuur.

§2. Bij de kennisgeving wordt een kopie van het besluit burgemeester enerzijds en de vastgestelde formulieren inzake verzoeken vrijstelling anderzijds gevoegd.

Hoofdstuk 4: administratief verzoek tot vrijstelling

Artikel 5: administratief verzoek tot vrijstelling.

§1. De houder van het zakelijk recht kan een administratief verzoek tot vrijstelling indienen. Het administratief verzoek tot vrijstelling dient binnen de 30 dagen na de kennisgeving door het gemeentebestuur, startend op de 3e werkdag na verzending, ingediend te worden.

§2. Het verzoek tot vrijstelling dient op basis van het vastgestelde formulier in bijlage ingediend te worden. Het dient de nodige bewijsstukken te bevatten. Hierbij mogen alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van eed, gebruikt worden. Het verzoek tot vrijstelling omvat minstens volgende gegevens:

Het administratief verzoek tot vrijstelling dient op één van volgende manieren ingediend te worden:

§3. De gemeentelijke verkrottingscommissie brengt de indiener van het verzoek tot vrijstelling schriftelijk op de hoogte van de ontvangst en toetst de ontvankelijkheid van het verzoek tot vrijstelling. Het verzoek tot vrijstelling is onontvankelijk, indien:

Als de gemeentelijke verkrottingscommissie vaststelt dat het ingediende verzoek tot vrijstelling onontvankelijk is, deelt ze dit schriftelijk mee aan de indiener. Bij onontvankelijkheid van het verzoek tot vrijstelling wordt door de gemeentelijke verkrottingscommissie geen uitspraak gedaan over de gegrondheid van het verzoek tot vrijstelling.

§4. De gemeentelijke verkrottingscommissie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken op stukken als de feiten vatbaar zijn voor de directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek. De gemeentelijke verkrottingscommissie kan om een plaatsbezoek verzoeken voor een beslissing over het ingediende verzoek tot vrijstelling wordt genomen. Het verzoek wordt ongegrond geacht indien de toegang tot het pand geweigerd wordt of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

§5. De gemeentelijke verkrottingscommissie spreekt zich binnen 90 dagen na het ontvangen van het verzoek tot vrijstelling uit. De houder van het zakelijk recht wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing van de commissie. De beslissing van de commissie wordt voldoende gemotiveerd. De commissie brengt de houder van het zakelijk recht op de hoogte van z’n verdere rechten in de procedure.

§6. De gemeentelijke verkrottingscommissie kan, vóór het nemen van een beslissing ten gronde, de belastingplichtige verzoeken bijkomende bewijsstukken in te dienen, binnen de deadline, bepaald door de gemeentelijke verkrottingscommissie.


Hoofdstuk 5: vrijstellingen.

Artikel 6: vrijstellingsgronden.

§1. De houder van het zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting, indien minstens 1 van volgende vrijstellingsgronden voldaan is:

1. Beroep tegen besluit burgemeester: wanneer door de houder van het zakelijk recht een ontvankelijk verklaard beroep werd aangetekend tegen het besluit burgemeester bij de Vlaams minister van Wonen (Vlaamse Wooncode) of de gouverneur (art. 135 Nieuwe Gemeentewet), dan wordt een tijdelijke vrijstelling toegekend in afwachting van de uitspraak inzake het beroep. Als bewijsstuk dient een document ingediend te worden dat een ontvankelijk verklaard beroep werd ingediend bij de bevoegde beroepsinstantie. Indien het beroep door de Vlaams minister van Wonen of de gouverneur ongegrond wordt verklaard, komt de vrijstelling te vervallen;

2. Onteigening: de woning ligt binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of er kan geen stedenbouwkundige vergunning en/of omgevingsvergunning meer afgeleverd worden voor de woning omdat een onteigeningsplan wordt opgemaakt;

3. Beschermd goed: de woning is een beschermd monument, stads- of dorpsgezichten EN een door de bevoegde overheid ontvankelijk verklaard restauratiedossier werd ingediend. De vrijstelling geldt gedurende de termijn van behandeling van het restauratiedossier;

4. Ramp: de woning is getroffen door een plotse ramp, waarbij de ramp de woning geheel of gedeeltelijk vernield of beschadigd heeft, waardoor het gebruik van de woning geheel of gedeeltelijk onmogelijk is. Onder ramp wordt begrepen iedere gebeurtenis die waarneembare schade veroorzaakt aan de woning. De vrijstelling geldt gedurende een periode van maximaal 2 jaar, volgend op de datum van de plotse ramp. De houder van het zakelijk recht dient documenten met betrekking tot de ramp in te dienen, zoals krantenknipsels, verzekeringsdocumenten, ….

5. Verzegeling: de woning waarvan het effectief renoveren onmogelijk of sterk bemoeilijkt is omwille van (een verzegeling in het kader van) een strafrechtelijke procedure of gerechtelijke procedure. De vrijstelling loopt zolang het effectief renoveren van het pand onmogelijk is of sterk bemoeilijkt is. De houder van het zakelijk recht dient bewijsstukken van de gerechtelijke of strafrechtelijke procedure in te dienen enerzijds en de onmogelijkheid/moeilijkheid van renoveren door deze procedure aan te tonen anderzijds;

6. Overmacht: overmacht is een vreemde oorzaak, die de houder van het zakelijk recht niet kan aangerekend worden en waarbij de houder van het zakelijk recht niet ter kwader trouw is. De vreemde oorzaak maakt het effectief renoveren van de woning onmogelijk, waarbij drie cumulatieve elementen dienen vervuld te zijn:

7. Renovatie: indien men de woning aan het renoveren is, kan men een vrijstelling renovatieschema bekomen. Volgende cumulatieve voorwaarden dienen vervuld te zijn:

De vrijstelling renovatie wordt toegekend voor een periode voor 1 jaar en kan uitzonderlijk 1x verlengd worden.
De (meerderheid van de) opgesomde werken dienen reeds vóór de kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 5, uitgevoerd te zijn. Er kan om een plaatsbezoek verzocht worden;

8. Sloop: indien men van plan is de woning te slopen, dan kan een vrijstelling sloop verkregen worden, indien een sloopvergunning werd aangevraagd vóór het ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaren van de woning. Er wordt een vrijstelling van 9 maanden toegekend, startend op de dag van aanvraag van de vergunning. De maanden juli en augustus met toeristische bouwstop worden niet meegerekend indien de woning zich in de toeristische zone bevindt.
Indien bij het verstrijken van deze periode van 9 maanden de geïnventariseerde woning niet gesloopt werd, komt de vrijstelling te vervallen.

9. Nieuwe eigenaar: er wordt een eenmalige vrijstelling toegekend indien men op het ogenblik van de kennisgeving van het gemeentebestuur, zoals bedoeld in artikel 5, minder dan 6 maanden eigenaar was van het geïnventariseerde pand. Wordt niet als nieuwe eigenaar beschouwd: de vennootschappen waarin de vroegere eigenaars van de woning of het gebouw rechtstreeks of onrechtstreeks participeren.

10. Sociale huisvestingsmaatschappij: vrijstelling van heffing voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), een door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappij of het OCMW voor een woning of een pand waaraan een renovatie- , herbouw- of sloopdossier is gekoppeld, via aanmelding bij VMSW. Er wordt maximaal 3 jaar vrijstelling toegekend.


§2. De verworven vrijstellingen onder de voorgaande reglementering, dd. 14/09/2017, blijven behouden voor dezelfde eigenaar en dezelfde woning, met dien verstande dat het aantal reeds vrijgestelde belastbare aanslagjaren verrekend wordt met de belastbare aanslagjaren waarvoor onder het nieuwe reglement op dezelfde of gelijkaardige grond vrijstelling kan verkregen worden.

Hoofdstuk 6: inkohiering

Artikel 7: berekening van de belasting

§1. Van zodra een woning 3 maanden opgenomen is in de Gewestelijke inventaris, is de houder van het zakelijk recht heffingsplichtig ten aanzien van het gemeentebestuur, tenzij hij recht heeft op een vrijstelling.

§2. Het bedrag van de heffing wordt bepaald op 4.000 euro per opname van een pand in de Gewestelijke inventaris.

§3. Per bijkomend jaar op de Gewestelijke inventaris wordt 2.000 euro toegevoegd aan de heffing:

§4.. De maximale heffing bedraagt 12.000 euro per pand per jaar.

Artikel 8: inkohiering

§1. De aanslag gebeurt op basis van de gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.

§2. De heffing wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

§3. De heffing dient betaald te worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.


Hoofdstuk 7: fiscale bezwaarschriften

Artikel 9: fiscaal bezwaar

§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepen tegen de belasting op basis van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en de wijzigingen ervan dd. 28/05/2008 en dd. 17/02/2012.

§2. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend ingediend worden. De indiening kan gebeuren op volgende wijze:

§3. De indiening van het bezwaar moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de datum van de contante inning van de belasting.

§4. De belastingschuldige heeft het recht om gehoord te worden. Indien hij van dit recht wenst gebruik te maken, dan dient hij dit expliciet te vermelden in het bezwaar.

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven binnen de 15 dagen na ontvangst ervan.

§6. Het college van burgemeester en schepenen kan, vóór het nemen van een beslissing ten gronde, de belastingplichtige verzoeken bijkomende bewijsstukken in te dienen.


Hoofdstuk 9: gerechtelijk beroep

Artikel 10: gerechtelijk beroep

§1. Op basis van artikels 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek heeft de houder van het zakelijk recht het recht om binnen de drie maanden na de kennisgeving van de beslissing inzake het fiscaal bezwaar gerechtelijk beroep aan te tekenen bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, Kazernevest 3 te 8000 Brugge.


Hoofdstuk 10: Ambtshalve ontheffing

Artikel 11: ambtshalve ontheffing

Het college van burgemeester en schepenen verleent ambtshalve ontheffing van overbelastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen, op voorwaarde dat die door de administratie werden vastgesteld of door de belastingplichtige aan de administratie werden bekendgemaakt binnen de drie jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting werd gevestigd en de aanslag niet reeds het voorwerp is geweest van een bezwaarschrift dat aanleiding heeft gegeven tot een definitieve beslissing nopens de grond.


Hoofdstuk 11: wetgeving privacy.

Artikel 12: wetgeving privacy

De persoonsgegevens verwerkt in het kader van het belastingreglement op verkrotting worden met zorgvuldigheid en respect voor de privacy behandeld en beveiligd. De gemeente Middelkerke volgt hiervoor de Algemene Verordening Gegevensbescherming (ook wel General Data Protection Regulation of GDPR) en de Belgische privacywet.

Concreet betekent dit onder meer dat:


Een meer uitgebreid overzicht van ons beleid op het vlak van verwerking van persoonsgegevens vind je op www.middelkerke.be.



Formulier indienen administratief verzoek tot vrijstelling

Houder van het zakelijk recht

Naam en voornaam: ........

Adres: ........

........

Telefoonnummer kantooruren: ........

e-mail: ........


Ligging van de woning

Adres: ........

........

Kadastrale ligging: ….…afdeling, sectie ………, perceelnummer ........


Vrijstellingsgronden


Gelieve in onderstaand formulier de elementen aan te kruisen die voor U van toepassing zijn. Bij elke vrijstellingsgrond staat telkens aangegeven welke bewijsstukken u in bijlage bij uw aanvraag dient te voegen.

Vrijstelling houdt in dat u momenteel niet heffingsplichtig bent (= de heffing is dit aanslagjaar niet verschuldigd).


Vrijstelling onteigening

de woning ligt binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan

een onteigeningsplan wordt opgemaakt waardoor geen stedenbouwkundige vergunning meer kan afgeleverd worden voor de woning


Als bewijsstuk dient u een kopie van de officiële kennisgeving bij te voegen.


Vrijstelling ramp

Indien de woning beschadigd of vernietigd werd door een plotse ramp, dan hebt u gedurende een periode van maximaal 2 jaar recht op een vrijstelling.

Datum van de ramp: ........

Omschrijving van de ramp: ........

........

........

........

........

........

........

........

........


Als bewijsstuk dient u documenten met betrekking tot de ramp in zoals krantenknipsels, verzekeringspapieren, ……

Vrijstelling beschermd monument

de woning is krachtens het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- of dorpsgezichten beschermd.

een door de bevoegde overheid ontvankelijk verklaard restauratiedossier werd ingediend.


Opgelet! Enkel indien beide voorwaarden vervuld zijn, komt u in aanmerking voor de vrijstelling.

Als bewijsstuk dient u een kopie van de bevestiging van het ontvankelijk verklaard restauratiedossier toe te voegen.


Vrijstelling verzegeling

Indien het effectief renoveren van een woning onmogelijk of bemoeilijkt is door een gerechtelijke of strafrechtelijke procedure, dan heeft men recht op een vrijstelling zolang de problemen inzake het renoveren aanhouden.

Waarom is het renoveren van het pand onmogelijk/moeilijk? 

........

........

........

........

........

........

........

........

........


Als bewijsstuk dient u documenten met betrekking tot de strafrechtelijke/gerechtelijke procedure in te dienen + documenten met betrekking tot de onmogelijkheid tot effectief gebruik.


Vrijstelling overmacht

Overmacht is een vreemde oorzaak, die de houder van het zakelijk recht niet kan aangerekend worden en waarbij de houder van het zakelijk recht niet ter kwader trouw is. De vreemde oorzaak maakt het effectief gebruik van de woning onmogelijk, waarbij drie cumulatieve elementen vervuld zijn:


Omschrijving van de overmacht:

........

........

........

........

........

........

........

........

........

........

........

........

........

........


Als bewijsstuk dient u documenten met betrekking tot de overmacht in.


Vrijstelling renovatie

Indien u de woning aan het renoveren bent, dan hebt u recht op een vrijstelling renovatie indien u een duidelijk overzicht geeft van de werken die u uitvoert of reeds uitgevoerd hebt en het tijdstip waarop ze uitgevoerd worden/ werden. U dient ook een overzicht te geven van de facturen en/of offertes met betrekking tot deze werken.


Tijdstip werken

Aard van de werken

Factuur/offerte










































Opgelet!        1) Enkel indien de drie elementen (tijdsschema, aard van de werken en raming van de kostprijs) aanwezig zijn, kan een vrijstelling renovatie toegekend worden.

                 2) de meerderheid van de werken dient reeds uitgevoerd te zijn vóór de kennisgeving van het gemeentebestuur.


Vrijstelling sloop

Indien u de woning sloopt, dan hebt u recht op een vrijstelling sloop indien een sloopvergunning werd aangevraagd vóór het ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaren van de woning;


Opgelet! De vrijstelling geldt maximaal voor een periode van 9 maanden. Indien de woning niet gesloopt werd binnen deze termijn van 9 maanden, dan komt de vrijstelling te vervallen. De termijn van 9 maanden begint te lopen vanaf de datum van het indienen van de vergunningsaanvraag. Indien de woning zich in de toeristische zone bevindt, dan worden de maanden juli en augustus niet meegerekend in de berekening van 9 maanden.


Opschorting beroep tegen besluit burgemeester

Indien u een ontvankelijk verklaard beroep hebt aangetekend bij de Vlaams minister van Wonen (Vlaamse Wooncode) of de provinciegouverneur (art. 135 NGW, dan wordt een tijdelijke vrijstelling toegekend in afwachting van behandeling van het beroep door de bevoegde beroepsinstantie. Opgelet! Indien het beroep door de bevoegde beroepsinstantie ongegrond wordt verklaard, dan komt de vrijstelling te vervallen.


U dient een bewijs in te dienen van het ontvankelijk verklaard beroepsschrift.

Nieuwe eigenaar

Indien u op het ogenblik van de kennisgeving door het gemeentebestuur minder dan 6 maanden eigenaar bent van het geïnventariseerde pand, dan hebt u recht op een eenmalige vrijstelling van heffing.

U dient een kopie van de verleden akte in te dienen.


sociale huisvestingsmaatschappij

Indien er aan het pand een sloop-, heropbouw- of renovatiedossier gekoppeld is, dan hebt u recht op een vrijstelling van maximaal 3 jaar. Het pand is minstens aangemeld bij VMSW.










Wetgeving privacy

(De gemeente Middelkerke verwerkt je persoonsgegevens met respect voor je privacy. We volgen hiervoor de Algemene Verordening Gegevensbescherming (ook wel General Data Protection Regulation of GDPR) en de Belgische privacywet. De gegevens die via dit formulier verzameld worden, op basis van het belastingreglement op verkrotting, dienen voor het beheer van je dossier m.b.t. heffingsplicht. We maken je gegevens niet bekend aan derden, tenzij we je toestemming hebben of de wet ons verplicht. Op het adres DPO@middelkerke.be kun je steeds vragen welke gegevens wij over je verwerken, kun je ze laten verbeteren of wissen. Als je je toestemming hebt gegeven, dan heb je steeds het recht om je toestemming in te trekken. Ben je het niet eens met de manier waarop wij je gegevens verwerken, kun je je wenden tot de Gegevensbeschermingsautoriteit (www.gegevensbeschermingsautoriteit.be). Lees de privacy policy op www.Middelkerke.be voor meer informatie.)