Buitenschoolse opvang en activiteiten

Gemeente ›› Kinderopvang ››
Parent Previous Next

Reglement voor de Erkenning van Organisatoren van Buitenschoolse Kinderopvang in de Gemeente Middelkerke

Inleiding

Met dit reglement wenst het gemeentebestuur van Middelkerke kwalitatieve buitenschoolse kinderopvang (BKO) voor kinderen van de basisschool te bevorderen door erkenning en ondersteuning te bieden aan organisatoren die inspelen op de lokale noden en voldoen aan de Vlaamse decretale bepalingen. Dit reglement schept een transparant kader voor erkenning, opvolging en subsidiëring, met als doel het welzijn van elk kind te waarborgen en ouders te ondersteunen. Actief lidmaatschap en deelname aan het lokaal overleg opgroeien is een vereiste voor erkenning.

Hoofdstuk 1: Erkenningsvoorwaarden

Artikel 1. Doelstelling

Artikel 2. Voorwaarden voor erkenning

§1. De organisator beschikt over rechtspersoonlijkheid met een sociaal oogmerk (vzw of lokaal bestuur).

§2. De organisator is werkgever van minstens twee halftijdse medewerkers in vast dienstverband, die beschikken over de nodige kwalificatie als begeleider in de buitenschoolse kinderopvang per locatie.

§3. De afspraken rond de organisatie van de buitenschoolse opvang worden opgenomen in een huishoudelijk reglement dat door alle ouders kan worden geraadpleegd (website, op papier, of op aanvraag via mail). Dit reglement bevat minstens:

§4. De opvang van schoolgaande kinderen, vanaf de eerste dag in de kleuterklas tot het einde van de grote vakantie, volgend op het 6de leerjaar, wordt aangeboden op alle momenten waarop ouders opvang nodig hebben:


§5. De ouderbijdrage bedraagt:

De bedragen mogen worden afgerond. (Vastgelegd op 01/09/2026 en jaarlijks te indexeren.)

Voor uitstappen, snacks of warme maaltijden mag een bijkomende bijdrage gevraagd worden die niet hoger is dan de werkelijke kostprijs. Andere supplementen zijn niet toegelaten, behoudens een sanctionerende toeslag als ouders de afspraken uit het huishoudelijk reglement overtreden. Deze toeslagen dienen in verhouding te staan tot de kosten die voortvloeien uit de gemaakte overtreding.

Sociale correcties kunnen voorzien worden volgens de bepalingen uit artikel 4.4.

§6. De organisator beschikt over een locatie die geschikt is voor kinderopvang en vraagt per locatie erkenning aan voor de gewenste capaciteit. Voor erkenning wordt rekening gehouden met:


§7. De organisator zorgt voor een divers begeleid activiteitenaanbod aangepast aan de verschillende leeftijdsgroepen, minstens op woensdagnamiddag en op schoolvrije dagen.

§8. Deelname aan het lokaal overleg opgroeien is verplicht als dit georganiseerd wordt.

Artikel 3. Erkenningsprocedure

§1. Een erkenningsaanvraag wordt uiterlijk op 1 mei 2026 ingediend bij de secretaris van het lokaal overleg opgroeien en daarna elke drie jaar vernieuwd.

Indien de aanvraag onvolledig is, zal de secretaris van het lokaal overleg opgroeien, binnen de 14 dagen de organisator vragen zijn dossier te vervolledigen.

§2. Binnen één maand na ontvangst beoordeelt het lokaal overleg opgroeien het dossier en geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen.(uiterlijk begin juni)

§3. Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen twee maanden over de erkenning. (uiterlijk begin juli)

§4. De erkenning is drie jaar geldig en kan worden verlengd.

§5. Bij stopzetting van de werking kan een andere organisator de erkenning voor de resterende termijn overnemen.

§6. Bij ernstige tekortkomingen kan het college van burgemeester en schepenen, na advies van het lokaal overleg opgroeien, de erkenning intrekken.

Artikel 4. Kwaliteitsdomeinen

Voorafgaand aan het advies tot (niet-)erkenning kan de voorzitter van het lokaal overleg opgroeien de organisator uitnodigen om in een gesprek met de voorzitter en een (of meerdere) leden van het lokaal overleg opgroeien om de kwaliteitsdomeinen te toetsen. Hiervan wordt verslag gemaakt en aan het lokaal overleg opgroeien voorgelegd.

4.1. Organisatorisch beleid

4.2. Pedagogisch beleid


4.3. Medewerkersbeleid

4.4. Toegankelijkheid

4.5. Monitoring en evaluatie

4.6. Verbondenheid

Artikel 5. Subsidieparameters

De toegekende subsidie houdt rekening met:

Hoofdstuk 2: Subsidiering

Artikel 6: Budget

Het gemeentebestuur voorziet jaarlijks binnen de begroting minstens 75% van de door de Vlaamse overheid voorziene subsidie voor het BOA-decreet als budget voor de door de gemeente erkende organisatoren van buitenschoolse kinderopvang. Dit bedrag wordt verdeeld volgens dit reglement. De betoelaging gebeurt via een gesloten enveloppe, evenredig verdeeld op basis van toegekende punten.

Artikel 7: Aanvraag subsidie

Subsidies worden jaarlijks aangevraagd per schooljaar via de subsidieformulieren, verkrijgbaar bij de gemeentelijke dienst opgroeien, Sluisvaartstraat 17, 8430 Middelkerke. Alle gevraagde gegevens moeten worden vermeld.

Artikel 8: Toekennen punten

8.1. Openingstijden:

8.2. Bereikte aantal kinderen:

Organisatoren leveren cijfers aan over het aantal unieke kinderen en de gerealiseerde opvangmomenten per locatie;

8.3. Omschreven doelgroep:

8.4. Ouderbijdrage:

Punten worden berekend als 50 punten gedeeld door de ouderbijdrage per volle dag, afgerond op het dichtstbijzijnde kwart punt.

Artikel 9: Verrekening punten

De punten per locatie worden als volgt berekend:

punten openingstijd x punten aantal kinderen x punten doelgroep x punten ouderbijdrage.

Het totaal per organisator is de som van de punten over alle locaties.

Artikel 10: Verdeling subsidie

Het totale subsidiebedrag wordt gedeeld door het aantal punten van alle geldige aanvragers. Dit bepaalt de waarde van één punt;

Het toe te kennen subsidiebedrag per organisator is het aantal behaalde punten maal de waarde van één punt. Afronding gebeurt steeds naar de lagere cent;

Subsidie wordt enkel toegekend als deze minstens de loonkost van 0,5 FTE kinderbegeleider op jaarbasis (IFIC-schaal 11/ cat 200 met 5 jaar anciënniteit) dekt. Indien een organisator deze ondergrens niet behaald, wordt de waarde van een punt herberekend voor de overblijvende organisatoren.

Artikel 11: Gevraagde gegevens

De erkende organisator dient de subsidieaanvraag uiterlijk op 15 oktober in, met volgende gegevens:

Artikel 12: Berekening en uitbetaling


De dienst opgroeien berekent na ontvangst van alle subsidieformulieren het subsidiebedrag per organisator en legt dit uiterlijk 15 november ter goedkeuring voor aan het college van burgemeester en schepenen. Organisatoren kunnen gemotiveerd bezwaar intekenen tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen, uiterlijk op 30 november.

De gemeentelijke financiële dienst betaalt de subsidies uit na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, uiterlijk op 15 december, tenzij een bezwaarprocedure wordt ingesteld, na afronding van deze bezwaarprocedure.

Hoofdstuk 3: Controle, handhaving en gegevensbescherming

Artikel 13: Controle

De naleving van het reglement en de juistheid van ingediende gegevens kan elk moment gecontroleerd worden door een gemachtigde van de algemeen directeur. Bij onregelmatigheden wordt een verslag opgemaakt dat aan het college van burgemeester en schepenen wordt voorgelegd, die op basis daarvan een gemotiveerde beslissing neemt. Het college van burgemeester en schepenen kan advies vragen aan het lokaal overleg opgroeien.

Artikel 14: Kwaliteit en klachtenbehandeling

De minimaal verwachte kwaliteit kan aangetoond worden via:

Artikel 15: Sancties

Het college van burgemeester en schepenen kan sancties opleggen aan organisaties die:

Sancties kunnen het (gedeeltelijk) niet toekennen van subsidies of intrekking van de erkenning omvatten.

Artikel 16: Gegevensbescherming

In het kader van dit reglement verwerkt het gemeentebestuur persoonsgegevens van de organisator, met respect voor de privacy en in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De verwerking is gebaseerd op wettelijke taken, algemeen belang, of – indien van toepassing – een overeenkomst of aanvraag van de organisator. Gegevens worden uitsluitend verwerkt voor de doeleinden van dit reglement, zijn enkel toegankelijk voor bevoegde medewerkers of verwerkers, en worden niet aan derden doorgegeven, tenzij wettelijk verplicht of met toestemming. Organisatoren hebben recht op inzage, correctie, beperking, bezwaar en, indien wettelijk toegestaan, verwijdering van hun persoonsgegevens. Het bestuur neemt passende beveiligingsmaatregelen. Meer informatie via de privacyverklaring op www.middelkerke.be.

Artikel 17: Verwerking persoonsgegevens door organisator

Indien de organisator zelf persoonsgegevens verwerkt in het kader van dit reglement, moet dit volgens de AVG gebeuren. Enkel noodzakelijke gegevens mogen worden verwerkt, betrokkenen worden geïnformeerd, gegevens adequaat beveiligd en niet aan derden gedeeld tenzij wettelijk toegestaan of met toestemming. Bij niet-naleving kan het gemeentebestuur maatregelen nemen.

Hoofdstuk 4: Procedures

Artikel 18. Evaluatie en herziening van het reglement

§1. Het reglement wordt minstens om de zes jaar geëvalueerd door het lokaal overleg opgroeien en het college van burgemeester en schepenen.

§2. Indien nodig kunnen tussentijdse aanpassingen worden doorgevoerd na advies van het lokaal overleg opgroeien en goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 19: Uitzonderingen en bezwaren

Behoudens andersluidende wettelijke of decretale bepalingen beslist het college van burgemeester en schepenen over alle uitzonderingen en bezwaren met betrekking tot de toepassing van dit reglement. Een gemotiveerd bezwaar kan binnen 30 kalenderdagen na de bekendmaking schriftelijk per aangetekend schrijven worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Vervolgens wordt het bezwaar of de uitzondering voor verdere afhandeling aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegd, dat binnen vier maanden een beslissing neemt.




Bijlage bij het reglement:

De kwalificatiebewijzen, vermeld in artikel 4.3

Onderstaande kwalificatiebewijzen worden als voldoende geacht om als gekwalificeerde kinderbegeleider te werken in de buitenschoolse opvang met erkenning door het gemeentebestuur Middelkerke.

  1. diploma van het secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, dat betrekking heeft op een examenprogramma van de studierichting Personenzorg, specialisatiejaar, en de onderliggende studierichting Kinderverzorging van het voltijds secundair onderwijs;

  2. van het secundair volwassenenonderwijs:  
    1. een certificaat kinderzorg, begeleider in de kinderopvang of kinderzorg/begeleider kinderopvang;  
    2. een certificaat begeleider buitenschoolse kinderopvang;
    3. een certificaat jeugd- en gehandicaptenzorg;

  3. van het secundair beroepsonderwijs:  
    1. een diploma van het derde jaar van de derde graad van de volgende studierichtingen: Kinderzorg, Begeleider in Kinderopvang of Kinderzorg/Begeleider in Kinderopvang;
    2. een studiegetuigschrift en een kwalificatiegetuigschrift van het zesde leerjaar van de studierichting Kinderverzorging;
    3. een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van de studierichting Kinderverzorging;
    4. een brevet van het zesde leerjaar van de studierichting Kinderverzorging;
    5. een diploma van het derde jaar van de vierde graad van de studierichting Verpleegkunde;
    6. een diploma van het onderwijs van het derde jaar van de derde graad van een naamloos jaar, als bij het diploma een door de verificateur van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming voor waar en echt verklaard attest is gevoegd waarop vermeld is dat het leerplan kinderzorg volledig is gevolgd;
    7. een diploma van het beroepssecundair onderwijs, een bewijs van onderwijskwalificatie "kinderbegeleider duaal" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau 4 van het Europese kwalificatiekader, met inbegrip van de beroepskwalificatie "kinderbegeleider schoolgaande kinderen" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur;
    8. een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, een bewijs van onderwijskwalificatie "kinderbegeleider duaal" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau 4 van het Europese kwalificatiekader, met inbegrip de beroepskwalificatie "kinderbegeleider schoolgaande kinderen" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur;
    9. een certificaat, een bewijs van beroepskwalificatie "kinderbegeleider schoolgaande kinderen" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau 4 van het Europese kwalificatiekader;


  1. van het secundair technisch onderwijs:  
    1. een diploma van het tweede jaar van de derde graad van de volgende richtingen: Sociale en Technische Wetenschappen, Jeugd- en Gehandicaptenzorg, Bijzondere Jeugdzorg, Gezondheids- en Welzijnswetenschappen, Verpleegaspirant;
    2. een diploma van het secundair-na-secundair Internaatswerking of Leefgroepenwerking;
    3. een diploma van het derde jaar van de derde graad van de richtingen Internaatswerking of Leefgroepenwerking;

  2. van het stelsel leren en werken:  
    1. een certificaat van Begeleider in de Kinderopvang van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, uitgereikt vanaf september 2011;
    2. een certificaat van Begeleider in de Kinderopvang, behaald in de leertijd;

  3. van het hoger beroepsonderwijs:  
    1. een attest dat bevestigt dat ofwel minstens twee derde van de modules van de graduaatsopleiding Orthopedagogie, inclusief vrijstellingen, met vrucht zijn voltooid, ofwel dat het eerste en het tweede studiejaar van de graduaatsopleiding Orthopedagogie, met vrucht zijn voltooid;
    2. een diploma of certificaat van het hoger beroepsonderwijs en van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, met uitzondering van de Specifieke Lerarenopleiding en het getuigschrift pedagogische bekwaamheid;

  4. van het hoger onderwijs van een of meer cycli, van een bachelor of van een master:
    1. een attest dat bevestigt dat voor minstens 120 studiepunten een creditbewijs behaald is, inclusief vrijstellingen, of dat het eerste en tweede studiejaar, inclusief vrijstellingen, met vrucht is voltooid, van een van de volgende studierichtingen: Pedagogie van het Jonge Kind, Kleuteronderwijs, Lager Onderwijs, Secundair Onderwijs, Gezinswetenschappen, Maatschappelijke Veiligheid, Orthopedagogie, Sociaal Werk, Subsidies kleuteropvang in de overgangstermijn pagina 25 van 27 20.06.2024 Sociale Readaptatiewetenschappen, Toegepaste Psychologie, Verpleegkunde of van een studierichting van het studiegebied Psychologische en Pedagogische Wetenschappen;
    2. een bachelordiploma of een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus;
    3. een masterdiploma of diploma van het hoger onderwijs van meer dan één cyclus;

  5. bepaalde kwalificatiebewijzen die behaald zijn tot een bepaalde einddatum, namelijk:
    1. uitgereikt tot en met 31 augustus 2011: een eindstudiebewijs van de postgraduaatopleiding ‘Leidinggevende in Kinderopvang’, georganiseerd door de Arteveldehogeschool van Gent;
    2. uitgereikt tot en met 1 oktober 2015: een getuigschrift van de postgraduaatopleiding ‘Verantwoordelijke in Kinderopvang’, georganiseerd door de Karel de Grote-Hogeschool van Antwerpen;
    3. uitgereikt tot en met oktober 2018: een ondernemersdiploma verantwoordelijke kinderopvang, uitgereikt door een SYNTRA-centrum, een eindstudiebewijs van de ondernemersopleiding Beheerder Particuliere Opvanginstelling, georganiseerd door het Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen of een SYNTRA-centrum;
    4. uitgereikt in 1996 en 1997: een diploma van het tweejarige opleidings- en tewerkstellingsproject voor migrantenvrouwen in de kinderopvang, georganiseerd door VBJK, Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge kinderen, in samenwerking met het Vlaams Centrum voor Integratie van Migranten en Opgroeien-regie
    5. behaald vóór 1 september 2008: een attest van de achtdaagse cursus ‘verantwoordelijke van particuliere kinderdagverblijven’, georganiseerd door het centrum voor volwassenenonderwijs Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en een attest van de achtdaagse cursus ‘dagopvang jonge kinderen’, georganiseerd door het centrum voor volwassenenonderwijs Technicum Noord Antwerpen, afdeling VLOD in Antwerpen;

  6. een kwalificatiebewijs dat, ten opzichte van de kwalificatiebewijzen, vermeld in punt 1° tot en met 7°, als gelijkwaardig erkend is door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming, NARIC-Vlaanderen;

  7. een titel van beroepsbekwaamheid Begeleider Buitenschoolse Opvang als vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid;

  8. een attest van de opleiding Begeleider Buitenschoolse Opvang, gefinancierd door de VDAB, gegeven door een door Opgroeien-regie erkende opleidingsorganisatie;

  9. een attest van de startopleiding Begeleider in de Buitenschoolse Opvang, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs met erkenning voor het studiegebied personenzorg;

  10. een kwalificatiebewijs van de opleiding Educatief kinderwerker, uitgereikt door het Centrum voor Volwassenenonderwijs Sociale School Heverlee.

  11. Een in het buitenland behaald diploma dat door NARIC- Vlaanderen als gelijkwaardig werd erkend aan een van bovenstaande studiebewijzen, mits ook een voldoende kennis van het Nederlands kan worden aangetoond.

Voor elke begeleider:        B1 spreken/ luisteren
                       A2 lezen/ schrijven

Voor de begeleider die ook aanspreekpersoon is in afwezigheid van de verantwoordelijke:
                       B2 spreken/ luisteren
                       B1 lezen/ schrijven


Meer informatie?

Carla Leber – Dienst Kinderopvang en Onderwijs – Welzijnshuis – Sluisvaartstraat 17 – 8430 Middelkerke

carla.leber@middelkerke.be – 059 31 92 10