Belasting terrassen

Parent Previous Next

Belastingreglement op terrassen en andere uitstallingen op het openbaar domein – aanslagjaren 2026-2031

Artikel 1: belastbaar feit

Voor een termijn die ingaat op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031 wordt een belasting gevestigd op de inname van het openbaar domein voor het plaatsen van terrassen en andere uitstallingen.

Artikel 2: definities

Voor toepassing van deze belasting wordt verstaan onder:

Gesloten terras:

een constructie die is geplaatst op het openbaar domein en paalt aan de voor- en/of zijgevel van een gebouw. De constructie bestaat uit twee zijwanden, een voorwand en een dak of luifel en dient of kan het hele jaar dienen als commerciële ruimte of uitbreiding ervan.

Open terras:

elke overige bezetting van het openbaar domein dat bestemd is om als handels- of horecazaak te worden uitgebaat.

Los voorwerp:
elk roerend voorwerp dat verplaatsbaar is bv. programmabord, menubord, reclamebord, fietsrek, bloembak.

Automatisch apparaat:
een apparaat dat al dan niet na inworp van munten een product afgeeft of een dienst aflevert bv. weegtoestel, verrekijker, verdeelapparaat, snoepautomaat, drankautomaat, kauwgumtoestel.

Artikel 3: belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het openbaar domein in gebruik neemt. De ingebruiknemer, de uitbater en de eigenaar zijn solidair verantwoordelijk.

Artikel 4: sectoren

Voor de toepassing van de belasting wordt het grondgebied van de gemeente ingedeeld in 3 sectoren:

Artikel 5: berekeningsgrondslag en tarieven

De belasting wordt geheven als volgt:


sector 1

sector 2

sector 3

Gesloten terras

60,00 euro/m²

30,00 euro/m²

15,00 euro/m²

Open terras

21,00 euro/m²

15,00 euro/m²

13,00 euro/m²

Los voorwerp

24,00 euro per voorwerp

24,00 euro per voorwerp

24,00 euro per voorwerp

Automatisch apparaat

120,00 euro per toestel

120,00 euro per toestel

120,00 euro per toestel


Hoekterrassen gelegen in de 2 sectoren worden aangerekend aan het bedrag van de hoogste sector.

De belasting is jaarlijks en ondeelbaar ongeacht het tijdstip van het jaar waarop de inname wordt geplaatst.

Artikel 6: vrijstellingen

Indien de losse voorwerpen of automatische apparaten geplaatst zijn binnen een gesloten of open terras waarvoor ingevolge dit belastingreglement reeds een belasting wordt geheven, worden de losse voorwerpen en/of automatische apparaten van de belasting vrijgesteld.

Artikel 7: vaststelling

De opmetingen en vaststelling van de belastbare oppervlakte worden verricht door de gemeentelijke diensten.

Indien de plaats ingenomen wordt door meerdere losse voorwerpen die niet afgebakend kunnen worden door hun vorm, zal de ruimte aangerekend worden die werkelijk ingenomen wordt.

De belastbare oppervlakte wordt steeds in volle m² uitgedrukt. Gedeelten van een m² worden voor een volle m² aangerekend wanneer zij ten minste 0,50 m² bedragen; tot 0,49 m² worden zij verwaarloosd. In elk geval is echter ten minste de belasting verschuldigd voor 1 m².

Bij de vaststelling van de belastbare oppervlakte worden niet in aanmerking genomen: de doorgangen die enkel leiden naar de toegangsdeur tot de boven de inrichting gelegen appartementen.

Als belastbare oppervlakte komen wel in aanmerking: de bezetting door bloemen en planten alsmede de doorgang naar de toegangsdeur van de inrichting zelf.

De ruimten tussen of afgebakend door windschermen worden als open terras aanzien, zelfs indien ze niet als dusdanig gebruikt worden.

Artikel 8: onvergunde inname

Indien door de gemeentelijke diensten wordt vastgesteld dat er extra gebruik van het openbaar domein is, waarvoor géén vergunning werd afgeleverd, zal voor dit extra gebruik ook jaarlijks de belasting verschuldigd zijn. Het betalen van deze extra belasting houdt niet in dat het extra gebruik vergund wordt.

Artikel 9: invordering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Artikel 10: bezwaarprocedure

De belastingschuldige kan, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend ingediend worden.

De indiening kan gebeuren door aangetekende verzending, door overhandiging tegen ontvangstbewijs of per email aan ontvangerij@middelkerke.be of elektronische weg, andere dan email indien het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking gesteld wordt door het gemeentebestuur.

De belastingschuldige heeft het recht om gehoord te worden. Indien hij van dit recht wenst gebruik te maken, dan dient hij dit expliciet te vermelden in het bezwaar.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven binnen de 15 dagen na ontvangst ervan.

Vóór het nemen van een beslissing ten gronde door het college van burgemeester en schepenen, kan aan de belastingplichtige om een plaatsbezoek of om bijkomende bewijsstukken verzocht worden. Als de bezwaarindiener nalaat om binnen de maand een gevolg te geven aan dergelijk verzoek, kan zijn bezwaarschrift afgewezen worden.

Artikel 11: wetgeving privacy

De persoonsgegevens verwerkt in het kader van dit belastingreglement worden met zorgvuldigheid en respect voor de privacy behandeld en beveiligd. Het gemeentebestuur van Middelkerke volgt hiervoor de Algemene Verordening Gegevensbescherming (ook wel General Data Protection Regulation of GDPR) en de Belgische privacywet.

Concreet betekent dit onder meer dat:

Een meer uitgebreid overzicht van het beleid op het vlak van verwerking van persoonsgegevens vindt de belastingplichtige terug op www.middelkerke.be.