Artikel 1: belastbaar feit
Voor een termijn die ingaat op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031 wordt een belasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen bij bouwwerken waarvoor de omgevingsvergunning parkeerplaatsen voorziet zoals bepaald in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening dd. 25/11/2020 inzake parkeerplaatsen bij bouwen.
Artikel 2: belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door:
Artikel 3:
Wordt de omgevingsvergunning overgenomen voor de aanvang van de bouwwerken of tijdens de bouwwerken, dan zijn de vergunninghouder en de overnemer van de omgevingsvergunning solidair gehouden tot de betaling van de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen.
Artikel 4: tarief
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 10.000 EUR per ontbrekende parkeerplaats.
Voor de niet vervallen omgevingsvergunningaanvragen ingediend tot en met 31/12/2025 en waarvoor nog geen definitief proces-verbaal van vaststelling van ontbrekende parkeerplaatsen werd opgemaakt, blijft het belastingtarief behouden zoals bepaald in het belastingreglement van toepassing op datum van de indiening van de omgevingsvergunningaanvraag.
Artikel 5: vermoedelijk bedrag in consignatie
Na afgifte door het college van burgemeester en schepenen van de omgevingsvergunning moet de belastingplichtige, op het eerste verzoek van het gemeentebestuur, het vermoedelijk bedrag van de belasting bij de financieel directeur in consignatie te geven. De uitnodiging tot het in consignatie geven van het verschuldigde bedrag gebeurt via een factuur. De consignatie brengt geen intresten op voor diegene die ze stelt.
Het vermoedelijk bedrag van de belasting wordt vastgesteld op basis van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen volgens de bepalingen opgenomen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeerplaatsen bij bouwen dd. 25/11/2020 en latere wijzigingen.
Artikel 6:
De belasting is verschuldigd één jaar nadat het hoofdgebouw onder dak staat, de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd werd of het gebouw, eventueel gedeeltelijk, bewoond of gebruikt wordt.
In het geval van bestemmingswijziging van een parkeerplaats is de belasting verschuldigd één jaar na de ingediende omgevingsvergunningaanvraag / meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of na de betekening door de gemeente van de ambtshalve vastgestelde bestemmingswijziging.
Artikel 7:
De vaststelling dat het gebouw onder dak staat, dat de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd is, of dat het gebouw, eventueel gedeeltelijk, bewoond of gebruikt wordt, gebeurt door de daartoe aangestelde beambte van het gemeentebestuur door middel van een proces-verbaal, waarin tevens het definitief aantal ontbrekende parkeerplaatsen en de verschuldigde belasting wordt vastgesteld.
Dit proces-verbaal wordt aan de belastingplichtige overgemaakt, die vanaf de datum van ontvangst over een termijn van dertig dagen beschikt om bij aangetekend schrijven zijn bemerkingen kenbaar te maken aan het gemeentebestuur.
De belastingplichtige wordt minimum acht kalenderdagen vooraf per aangetekend schrijven uitgenodigd om bij de vaststelling aanwezig te zijn.
In geval het geconsigneerd bedrag dit van de belasting zou overtreffen, wordt het teveel betaalde bedrag aan de belastingplichtige teruggegeven. Dit teveel geconsigneerde bedrag brengt geen intresten op.
Artikel 8: invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Artikel 9: bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan, op straffe van verval, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend ingediend worden.
De indiening kan gebeuren door aangetekende verzending, door overhandiging tegen ontvangstbewijs of per email aan ontvangerij@middelkerke.be of elektronische weg, andere dan email indien het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking gesteld wordt door het gemeentebestuur.
De belastingschuldige heeft het recht om gehoord te worden. Indien hij van dit recht wenst gebruik te maken, dan dient hij dit expliciet te vermelden in het bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven binnen de 15 dagen na ontvangst ervan.
Vóór het nemen van een beslissing ten gronde door het college van burgemeester en schepenen kan aan de belastingplichtige om een plaatsbezoek of om bijkomende bewijsstukken verzocht worden. Als de bezwaarindiener nalaat om binnen de maand een gevolg te geven aan dergelijk verzoek kan zijn bezwaarschrift afgewezen worden.
Artikel 10: wetgeving privacy
De persoonsgegevens verwerkt in het kader van dit belastingreglement worden met zorgvuldigheid en respect voor de privacy behandeld en beveiligd. Het gemeentebestuur van Middelkerke volgt hiervoor de Algemene Verordening Gegevensbescherming (ook wel General Data Protection Regulation of GDPR) en de Belgische privacywet.
Concreet betekent dit onder meer dat:
Een meer uitgebreid overzicht van het beleid op het vlak van verwerking van persoonsgegevens vindt de belastingplichtige terug op www.middelkerke.be.